StartpaginaOver LETSDocu

Het LETS-systeem in Aalst-Oudenaarde:
Vergelijking tussen enkele socio-economische aspecten en effecten van een reële en een alternatieve economie.

Het begrip "samen-leving" duidt niet alleen op het feit dat we inderdaad met een groot aantal mensen samen op de aardbol leven maar roept ook een zekere verbondenheid op.
Binnen een samenleving organiseren wij ons spontaan en geleid in kleine en grote groepen. Een van die grotere groepen wordt zo bijvoorbeeld uitgemaakt door de landsgrenzen. Binnen deze groepen zijn mensen op elkaar aangewezen; ze voorzien in elkaars behoeften wat concreet neerkomt op het ruilen van goederen en diensten. Deze acties noemen we economie. Economie moet dus ten dienste staan van mensen, ten dienste van een sociaal rechtvaardige samenleving met gelijkwaardige burgers.


Jammer genoeg merken we dat dit oorspronkelijk doel niet altijd gediend wordt en de economie zo vaak ontspoort. Deze ontsporing uit zich onder meer in een kloof van materiële welvaart, tussen mensen die teveel of genoeg, en zij die te weinig of nagenoeg niets bezitten. Dit probleem lijkt niet op te lossen en pogingen daartoe zijn vaak slechts hulpmiddeltjes in de marge. Een gemakkelijke oplossing ligt hoe dan ook niet voor de hand, enerzijds omdat we als land gevangen zitten in een mondiaal systeem en alle aanpassingen ook in dit systeem moeten kaderen, anderzijds omdat vele mensen de huidige situatie als een gegeven beschouwen en zich erbij neerleggen zonder verder naar creatieve oplossingen te zoeken.
Om effectief aan genezing te werken op lange termijn baten geen doekjes voor het bloeden maar moet gegraven worden naar de diepere oorzaken.

De hoofdoorzaak is ons economisch systeem zelf, dat als drijfveer heeft het ongelimiteerd streven naar winst voor zichzelf. Wie winst zegt, denkt aan geld; winst maken betekent geld verzamelen. Zo belandt geld in een rol die afwijkt van de oorspronkelijke functie, namelijk een soort tusseneenheid zijn om het ruilen van goederen en diensten gemakkelijker te maken.
Geld is bovendien rentedragend wat simpelweg neerkomt op "geld maakt geld". Dit principe speelt niet in de kaart van het oorspronkelijke doel van de economie. Casinokapitalisme, het ongebreideld speculeren met geld, de virtuele economie,… hebben van geld een heilige koe gemaakt. Geld is geen middel meer maar is een doel op zich geworden; geld staat niet meer in verhouding tot de goederen en de diensten die verhandeld worden.
Om de band met de oorsprong terug wat nauwer te maken, zullen we een alternatieve economie, d.w.z. met andere middelen, moeten opzetten. Hierbij moeten we waken over eventuele negatieve neveneffecten en terdege rekening houden met het bestaande mondiale systeem dat niet zomaar opzij kan gezet worden. Een alternatieve economie is voorlopig slechts haalbaar op twee voorwaarden, namelijk dat het kleinschalig gehouden wordt en kan functioneren binnen of naast het bestaande economisch systeem.

Een concreet voorbeeld van een dergelijk alternatief economisch systeem is LETS, Local Exchange and Trade System.
Het doel van lets is van sociale aard: ijveren voor een rechtvaardige samenleving van gelijkwaardige mensen. Het middel van lets is van economische aard: "ruilen" ten dienste van bovengenoemd doel.

Bij lets spelen 3 belangrijke principes

Iedereen, zonder enig voorbehoud, kan participeren, wat meteen een garantie biedt tegen sociale uitsluiting. Het eerste doel blijft immers mensen betrekken, sociale contacten stimuleren en optimaliseren op basis van onderling vertrouwen, mensen waardering betonen voor wat ze kunnen en doen.

Lets bewaakt ook een "relatieve" kleinschaligheid, dit om het systeem beheersbaar te houden en om de sociale contacten kwantitatief en kwalitatief op niveau te houden. Men verkiest geen al te grote groepen; eerder dan een groep onoverzichtelijk te laten uitgroeien, opteert men voor het vormen van een nieuwe groep.
Ook de gelijkwaardigheid is binnen het lets-systeem een fundamenteel basisprincipe. Elke dienst of prestatie is evenwaardig en wordt zo ook gelijk gewaardeerd en verloond in een voorafbepaald aantal ruileenheden per uur.
In Aalst-Oudenaarde werkt het lets-systeem reeds een aantal jaren, dit op initiatief van Steunpunt Welzijn.

Vergelijken wij even concreet deze lets-werking in Aalst-Oudenaarde met de reële economie en proberen wij zodoende te bewijzen dat negatieve neveneffecten bij dit alternatief systeem uitgesloten zijn. We bouwen onze vergelijking op rond 6 aandachtspunten.

In beide systemen - reële economie en lets - is het economisch kader hetzelfde. Het gaat telkens om een groep van mensen die onderling goederen en diensten ruilen en daarvoor een vergoeding geven.

Binnen de lets-groep van Aalst-Oudenaarde werkt men met de betaaleenheid "iets". De organisatie Steunpunt Welzijn - trouwens zelf participerend lid - vervult de rol van secretariaat en houdt de stand bij van ieder lid.
In de reële economie is er een groot verschil tussen rijk en arm, van in extreme mate tot mildere varianten ervan. Men schijnt ook te geloven dat dit verschil een onmisbare motor vormt om de economie te doen "draaien".

Extreme dualiteit is echter onmogelijk binnen lets want een plafond van + 500 en - 500 is vooropgesteld, d.w.z. dat geen enkel lid meer dan 500 ietsen kan vergaren maar ook niet dieper kan gaan dan - 500 ietsen. Wanneer dit wel het geval is, dan moet men respectievelijk diensten vragen of aanbieden om binnen de toegelaten zone te blijven. Dit laatste kan nooit een probleem zijn; het is een realistische voorwaarde daar alle mogelijke diensten in aanmerking komen en dat men zowel voor een individueel lid kan werken als (via Steunpunt Welzijn) voor de ganse groep.

In de reële economie - waar alles om geld draait - doen zich twee fenomenen op grote schaal voor, namelijk het vergaren van geld of het sparen, en het lenen van geld wat synoniem is van het maken van schulden.

Deze fenomenen doen zich niet voor bij lets door het invoeren van het reeds eerder vermelde - 500-/+1000-plafond. Bovendien zou het ongelimiteerd vergaren van "ietsen" zinloos zijn want, in tegenstelling tot reëel geld, is de "iets" niet rentedragend maar behoudt het een stabiele waarde. De "iets" heeft duidelijk de functie van betaaleenheid om het ruilen te vergemakkelijken, het blijft een middel en kan nooit doel op zich worden.

In de reële economie is er een voortdurende drang om winst te maken wat een hevige concurrentiestrijd op gang brengt.

De vraag naar concurrentievermogen heerst niet binnen lets, meer nog, concurrentie is zinloos want elke prestatie - fysisch of intellectueel - wordt gelijkwaardig geacht en ieder lid biedt die diensten aan die hij of zij graag doet of goed kan. In Aalst-Oudenaarde waardeert men met 20 iets per uur prestatie, onafhankelijk van de aard ervan. In specifieke gevallen - als men bv. zijn waardering extra wil laten blijken - kan hierover onderhandeld worden; materiële onkosten gemaakt tijdens de prestatie, worden in geld in rekening gebracht.

De economie van een bepaalde natie staat in relatie tot de economie van andere naties. Er gebeuren acties en transacties van het ene naar het andere land. Geld speelt hierbij weerom een grote rol. Het feit dat de munteenheid en - waarde niet dezelfde zijn in alle landen, laat toe te spelen met wisselkoersen. Het effect van devaluatie is vele landen niet vreemd.

Binnen lets bestaat er echter geen economische interactie met andere groepen, zelfs niet uit eigen streek of land. De Aalsterse "iets" is niet overdraagbaar noch inwisselbaar voor om het even welke andere ruileenheid."

Geld moet rollen" luidt de slogan in de reële economie. Met het oog hierop zet de overheid mensen aan om economisch bedrijvig te zijn, om te produceren en te consumeren.

Ook binnen lets stimuleert het secretariaat tot ruilacties; ruilen doet immers de contacten, de waardering en de betrokkenheid stijgen. Zo zal men bijvoorbeeld af en toe groepsbijeenkomsten organiseren als aanzet tot ruilhandel.

Tot hier gaat de vergelijking tussen de reële en de alternatieve economie op. Wanneer de overheid echter geld pompt in het economisch systeem om dit te doen draaien dan doet ze dit via allerlei belastingen, afkomstig van de burgers. Bij geldgebrek gaat de overheid over tot leningen wat meteen het ontstaan van schulden betekent. Men verkiest de schuldenlast boven het afbouwen van overheidsinitiatieven. In het meest extreme (negatieve) geval kan een overheid simpelweg geld bijdrukken om aldus de economische motor draaiend te houden.

Ook binnen lets is een zekere "overheid" aanwezig, in de zin van het centraal secretariaat waarvoor vanzelfsprekend ook andere maatstaven gehanteerd worden. Zo moet dit secretariaat, met name Steunpunt Welzijn, zich niet houden aan het plafond van +1000/- 500. Daardoor kan de organisatie de leden onbeperkt vergoeden voor prestaties die geleverd worden voor de groep zoals bijvoorbeeld een spreekbeurt geven, receptie verzorgen, drukwerk,… Steunpunt Welzijn geeft dus daadwerkelijk meer uit dan het heeft aan inkomsten, namelijk 20 iets per jaar per lid.

Door een enorme schuldenlast kan in de reële economie het geloof van de burgers in de overheid en dus in de munt dalen. Dit fenomeen staat bekend als inflatie of muntontwaarding: een bankbriefje verliest aan waarde, de prijzen stijgen en de koopkracht daalt.

De "iets" van ons lets - systeem daarentegen is gegarandeerd stabiel, blijft in alle omstandigheden evenveel waard. "Letsen" wordt nooit duurder, voor 20 iets zal men steeds 1 uur dienst kunnen kopen.
Het systeem klopt als een bus, is doorzichtig en waterdicht want de totale stand van alle groepsleden eindigt steeds op nul wat betekent dat het aantal ietsen + steeds gelijk is aan het aantal ietsen -. Of nog concreter: stel dat een lets-groep 101 leden telt waaronder ook de organisator, dan is het extreemst mogelijke scenario: 100 leden staan samen op + 50.000, het secretariaat staat op - 50.000.

stappen met nog een aantal ietsen in + of -. De organisator neemt altijd het saldo over zodat de totale stand steeds nul blijft.
Het lets-systeem hoeft dus geen lapmiddeltje in de marge te zijn, maar is wel degelijk een volwaardig economisch systeem. Het doel van economie, namelijk ten dienste staan van een sociaal rechtvaardige samenleving met gelijkwaardige burgers, wordt gediend en ontsporingen worden preventief afgewend.
Natuurlijk kan lets niet aan alle behoeften van alle mensen voldoen want daarvoor is het te kleinschalig. Toch werkt dit systeem op zich uitstekend en kunnen mensen onmiddellijk de vruchten plukken van hun inzet: er ontstaan sociale contacten, men heeft zich nuttig gemaakt, een klus is geklaard.
Tevens en niet in het minst is lets een signaal dat het anders kan: men hoeft zich niet neer te leggen bij een zogezegd gegeven en het machtige systeem machteloos ondergaan; iedereen kan zelf iets doen, als men maar wil…

Peter Aertsen

11-12-05: Letsaanbod verrast
22-06-05: Lets en steden- / plattelandsbeleid
Site-overzicht