StartpaginaOver LETSDocu

Economie

Het spel achter Lets


Verwar het doel met het middel niet. We letsen niet voor ietsjes, maar natuurlijk zijn we blij met de waardering die we krijgen voor onze diensten. Waar het echt om gaat, is dat heerlijke gevoel van ‘ik help jou, morgen help jij iemand anders en wie weet kan ik overmorgen wel hulp van iemand anders krijgen.’ Sommigen noemen het alternatieve economie. Anderen spreken liever over sociaal netwerk. Het werkelijke belang overstijgt in elk geval de letsverrichting op zich. Als Jan het gras afrijdt bij Joris en achteraf een glaasje blijft drinken en een praatje slaat, draait de wereldbol niet meteen in omgekeerde richting, maar de buurt voelt wat vriendelijker aan.

Maar goed, achter het doel is er ook het spel-element. Je weet wel: we geven ietsjes (20 ietsen per uur, gemiddeld), we hebben een bovengrens (1000) en ondergrens (-500),…

Een doorlichting van 'het spel achter Lets' vanuit doel-middel-standpunt:

- Je komt bij Lets? Welkom. Je krijgt 100 ietsen.
Waaw. Waarom doet de letsgroep dit? Ik ben nieuw, heb nog niets gedaan… en krijg meteen een flink cadeau.
Antwoord: het is ons iets waard als je niet bij de pakken blijft zitten en al meteen echt aan het letsen gaat. Je mag meteen al diensten aanbieden maar ook andermans hulp inroepen. Zorg er gaandeweg natuurlijk voor dat je min of meer in evenwicht blijft.

- Je hebt een uur geletst. Men wil jouw inzet waarderen. Maatstaf: 20 ietsen.
Dat is geen vast tarief. Je mag zelf voorstellen dat 15 ietsen volstaan of men kan jou iets meer geven. Het gaat er vooral om dat een eerlijke waardering gegeven wordt. Om scheeftrekkingen te vermijden (bijv. de ene geeft 1 iets voor een uur en de andere 100 iets) spraken we af dat 20 ietsen een goed gemiddelde zijn. Bedenk dat de ietsen niet de waardering zijn, maar wel de waardering symboliseren.

- Je richt een groepsprestatie in en krijgt voor je organisatiewerk bovenop je gepresteerde uren van de groep (001) nog eens 50 ietsen bovenop.
We doen dit inderdaad niet zomaar. Het is een aanmoediging om eens een groepsactiviteit in te richten. Als letsgroep hebben we nooit genoeg ontmoetingsgelegenheden. We hebben ondervonden dat als mensen elkaar beter leren kennen en het vertrouwen groeit, dat dan ook het letsen bevorderd wordt. Vandaar.
Voorwaarde is natuurlijk dat het echt een groepsactiviteit is, die dan ook goed bekendgemaakt wordt.

- Als je naar een groepsactiviteit komt geef je je waardering (ietsen) aan nr. 001 (de groep). Deze waardeert dan op zijn beurt de initiatiefnemers.
Grandioos, al zeggen we het zelf. Op die manier wordt er toch een eerlijke waardering gegeven aan de initiatiefnemers, ook als er weinig belangstelling zou zijn. Omgekeerd hangt het er niet van af of je met veel of weinig deelnemers zijt, hoeveel ietsen je zal geven. De ene keer zal 001 wat winst maken, de andere keer legt hij bij uit ‘de groepskas’.
- Als je onder de 500 ietsen bent, brandt er een knipperlichtje. Je word geacht om dan dringend andere letsers te hulp te schieten. Is dit niet meteen mogelijk, laat dan aan de letsgroep weten wat je van plan bent.

- Ben je boven de 1000 ietsen, dan hoef je niét te stoppen met letsen. Wél krijg je nu een ander knipperlichtje: het wordt wel eens tijd om andere letsers de gelegenheid te geven om iets voor jou te doen. Wil je sparen voor bijv. een feest of een grotere werkzaamheid, dan kan dit, maar begrijp dat de bedoeling niet is om ietsen op te potten. Als iedereen dit wil doen, kan er immers niet meer geletst worden (er is dan immers niemand die diensten vraagt).

- Per schijf van 500 ietsen boven de 1000 ietsen visualiseren we de hierbovengestelde regel door deze 500 ietsen over te brengen naar een spaarrekening. Om alle misverstanden te vermijden: dit blijft van jou. We gaan ervan uit dat je dit niet onmiddellijk nodig hebt, maar van zodra dit wel het geval is, wordt het nodige aantal ietsen terug overgebracht naar je zichtrekening.
Is dit niet omslachtig? Het is minder drastisch dan een absoluut vasthouden aan de bovengrens van 100 ietsen. Het systeem maakt het mogelijk dat je toch verder letst, maar maakt toch duidelijk dat je best ook wel eens wat mag vragen. Strikt genomen kan je verder blijven ietsen verzamelen, maar deze komen dan wel op je spaarrekening terecht. Hiermee zou je dus kunnen letssparen voor de oude dag, zoals in sommige Duitse letskringen reeds bestaat.

- Waarom een onder- en bovengrens?
Géén ondergrens zou betekenen dat je ongeremd gebruik kan maken van letsdiensten zonder zelf wat terug te doen. Dat is niet het principe van ruilhandel en gelijkwaardigheid. We leggen de ondergrens op -500 en niet op 0, zodat het systeem soepel genoeg is om toe te laten dat je ook diensten krijgt zonder dat je meteen diensten moet terugdoen.
Evenzo is er een bovengrens. Het is immers de bedoeling dat je nu eens krijgt dan weer geeft. Aanvaard ook eens een dienst van iemand anders.

- Wat moet je doen als iemand onder -500 zit en je toch een dienst vraagt?
Vraag gerust naar de redenen waarom die persoon – misschien zeer tijdelijk – zo negatief staat. Het is bijv. perfect mogelijk dat die pas een groot feest gegeven heeft maar dat er een plan is om binnen een half jaar het tekort aangezuiverd te hebben. Dan is er niets op tegen om, in een vriendelijke sfeer van vertrouwen, toch te gaan letsen.
Heb je echter de indruk dat betrokkene niet echt bereid is om zichzelf ook te engageren, scheld die dan de huid niet vol, maar wees een beetje ambassadeur van de letsgroep en leg uit dat eenzijdigheid niet meteen de bedoeling is van het ruilsysteem ‘Lets’. Desgevallend kan je hier de bemiddeling inroepen van het WLP (zie p.2).

- Het bonnetjessysteem…
Als de gegeven waardering niet genoteerd wordt, wordt die vergeten. Daarom moet er altijd een luikje naar het secretariaat en bewaren de beide letsers (vrager en aanbieder) een controleluikje.



Laat deze regels de pret niet bederven, maar integendeel het letsplezier juist verhogen!

22-06-05: Lets en steden- / plattelandsbeleid
01-01-08: Lets, geld en de wereld
Site-overzicht